| 1 |
Organiseer minimaal een keer per jaar een overleg tussen apothekers- en dokters- assistenten. Bespreek wat goed gaat en wat beter kan in de samenwerking. Houd bijvoorbeeld een week een lijst hiervan bij en leg het ook voor aan de artsen/apothekers. |
|
2 |
Laat als assistent je stem horen, alleen dan kun je invloed uitoefenen op het beleid en de organisatie. Heb jij ergens een probleem mee of loopt iets niet goed in de apotheek? Maak het bespreekbaar tijdens het werkoverleg. |
|
3 |
Deel als apotheker beleidsinformatie met het team en betrek de assistenten bij de 'doorvertaling'. Deel deze informatie volgens een eenduidig systeem. |
| 4 |
Bespreek de taken en het werkproces regelmatig op het werkoverleg. Bespreek wat wel of niet goed gaat en waar dat aan ligt. |
|
5 |
Stel een 'floormanager' aan (eventueel elke dag een andere). Deze persoon regelt wie wat doet, inventariseert wat wel en niet goed gaat in de apotheek en maakt deze zaken bespreekbaar. Ook geeft zij - als er iets mis dreigt te gaan - suggesties en opdrachtjes aan andere assistenten. |
|
6 |
Maak een werkprogramma voor nieuwkomers/stagiairs. |