Doe ook mee met de SBA Zomerchallenge ‘Leeggelopen? Laad je weer op!’. Klik hier.
Wil je mijn blogs lezen? Klik op mij!
Menu
Menu

Mijn eigen weerstand; Waar komt het vandaan?

Als ik eerlijk ben schiet ik best snel in de weerstand. Ik voel dat dan in heel mijn lijf. Ik wil dat dan eigenlijk helemaal niet, ik reageer dan best heftig namelijk en ook direct. Ik weet dat er collega’s zijn die daar best moeite mee hebben. Ik vraag me wel eens af hoe het komt dat ik dan zo reageer? Laatst bijvoorbeeld werd een collega gevraagd om  mijn werk aan de balie van mij over te nemen. Ik was zo verbaasd! Het werken achter de balie vind ik juist zo leuk! De reden waarom ik daar weg moest was omdat ik mee moest helpen met de receptverwerking. Ik was hier boos over en dat heb ik ook duidelijk laten blijken. Toen ik me later afvroeg waarom ik hier eigenlijk zo boos over was bedacht ik me dat ik het afhandelen van de recepten soms gewoon lastig vind. Achter de balie voel ik me zeker en op mijn plek. Bij het werk dat ik toen moest gaan doen niet. Ik ben dan bang om fouten te maken. Eigenlijk was het denk ik vooral mijn onzekerheid waardoor ik met zoveel weerstand reageerde…

Vandaag?
Als je je bewust bent van je weerstand, dan ben je al halverwege. Kies er dan vervolgens ook bewust voor om er niet aan toe te geven. Als je niet oplet veroorzaken jouw overtuigingen negatieve emoties bij jou. Bijvoorbeeld boosheid of teleurstelling omdat dingen niet gaan zoals jij wilt dat ze gaan. Op deze manier creëer je zelf een gat tussen dat ‘wat is’ en wat ‘jij wilt’. Dit gat ontstaat dus door genoemde overtuigingen met bijbehorende emoties en dat leidt tot jouw weerstand.

Morgen?
Neem je gedachten, gevoelens en gedrag onder de loep.
Door de volgende oefening krijg je inzicht in het verband tussen wat je denkt, voelt en doet. Op die manier kom je er ook achter welke gedachten vervelende gevoelens oproepen. Dat zijn je niet-helpende gedachten.
Sta de komende week stil bij situaties waarin je last hebt van gevoelens als angst, boosheid, verdriet of onzekerheid. Je kunt ook terugdenken aan een situatie waarin je last had van dit soort gevoelens. Noteer datum, gebeurtenis, wat je voelde, wat je dacht en wat je deed. 

Een voorbeeld

  • Gebeurtenis:Wat is er feitelijk gebeurd (alsof je door een camera kijkt naar de situatie)?
    Ik kom mijn buurman tegen op straat. Ik zeg hallo en groet, hij groet niet terug.
  • Gedachten:Wat waren de gedachten die de gebeurtenis opriep?
    Ik heb zeker iets verkeerds gezegd de vorige keer dat ik hem zag. Hij vindt mij vast niet aardig.
  • Gevoel: Wat voelde je?
    Somber, onzeker.
  • Gedrag: Wat deed je precies (alsof je door een camera kijkt naar je gedrag)?
    Ik zeg niets meer en loop verder.

Bekijk vervolgens de niet-helpende gedachten die je had in reactie op de situatie en neem de gedachten die je het meest dwars zit kritisch onder de loep. Hierbij kun je onderstaande vragen gebruiken:

  • Hoe zou een ander tegen deze situatie aankijken?
  • Is de manier waarop ik er nu over denk de enige mogelijke manier? 
  • Stel dat wat ik denk inderdaad klopt, wat betekent dit dan voor mij? Waarom is het erg als dit zo zou zijn?
  • Welke mogelijkheden zou ik dan hebben om met deze situatie om te gaan? Zou ik dit kunnen verdragen?
  • Helpen deze gedachten mij om mij te voelen en gedragen op een manier waarop ik wil? Wat voor gedachten zouden mij wel helpen?

Nu je je niet-helpende gedachten kritisch bekeken hebt, kun je gedachten die je wél helpen je te voelen en gedragen op een manier die je wilt op een rijtje zetten. Bij het formuleren van deze gedachten baseer je je op de antwoorden op bovenstaande vragen.

Een helpende gedachte is: realistisch, genuanceerd en verklaart dezelfde gebeurtenis als de niet-helpende gedachte.
Een passende helpende gedachte bij voorgaand voorbeeld: De buurman heeft mij waarschijnlijk niet gezien. Misschien was hij in gedachte. Volgende keer beter!