Menu
Hoofdstuk 5

Werktijdenregelingen, vergoedingen en overwerk

Voor jeugdige werknemers geldt de aparte regeling in de Arbeidstijdenwet.

Artikel 15 t/m 34

    1. De normale arbeidsduur bedraagt gemiddeld 36 uur per week verdeeld over maximaal vijf dagen bij een voltijd dienstverband en staat gelijk aan 1.878 uur per jaar.
    2. Op verzoek van werknemer kan de gemiddelde contractuele arbeidsduur tijdelijk worden verhoogd tot maximaal 2.087 uur per jaar (gemiddeld 40 uur per week), waarbij de regels van de ‘Wet flexibel werken’ van toepassing zijn. Deze tijdelijke verhoging zal per 1 januari 2023 worden gezien als overwerk. Tot 1 januari 2023 geldt dat het bruto maandsalaris, de emolumenten en de overige bepalingen uit de cao naar rato van toepassing zijn.
    3. Een werknemer kan in een week nooit meer dan 45 uren arbeid verrichten.
    4. De werknemer kan per week maximaal 9 uur boven op de aanstellingsomvang extra worden ingeroosterd.
    5. Voor werknemers jonger dan 18 jaar gelden afwijkenderegelingen in de Arbeidstijdenwet.
    1. Het Jaarurensysteemhoudt in dat het aantal te werken uren op jaarbasis (netto) wordt bepaald door de gemiddelde contractuele arbeidsduur op jaarbasis (bruto) te verminderen met vakantie uren, betaald verlof en feest-en gedenkdaguren. De bruto arbeidsduur gecorrigeerd voor de feest-en gedenkdaguren zullen via de kanalen van het cao secretariaat worden gepubliceerd.
    2. Het netto te werken aantal uren, vermeerderd met vakantie uren, wordt vastgelegd in het rooster.
    3. Het salaris blijft gebaseerd op de gemiddeldecontractuele arbeidsduur en is daarmee losgekoppeld van het feitelijk aantal gewerkte uren per maand.
    4. De werkgever dient de werknemer in de gelegenheid te stellen het aantal in het kader van het Jaarurensysteem vastgestelde uren te werken. Indien de werknemer niet door de werkgever in de gelegenheid is gesteld het aantal vastgestelde uren te werken, mag dit tekort aan uren niet als vakantie worden aangemerkt.
    5. Bij het einde van de arbeidsovereenkomst worden te veel of te weinig gewerkte uren zoveel mogelijk gecorrigeerd binnen de opzegtermijn. Het resterende verschil wordt uitbetaald of verrekend met vakantie uren dan wel ingehouden op het laatste salaris, met inachtneming van de wettelijke bepalingen
    1. Met inachtneming van hetgeen bij of ingevolge de wet is bepaald, wordt de indeling van de werktijden door de werkgever na overleg met de werknemer geregeld, met dien verstande dat de werktijden zo regelmatig mogelijk worden verdeeld en bij voorkeur liggen tussen 07.00 uur en 20.00 uur op maandag tot en met zaterdag. Een grotere spreiding van het aantal te werken uren over een jaar heen zal niet gepaard gaan met de invoering van onevenwichtige werkpatronen voor individuele werknemers.
    2. Voor deindeling van de werktijden zal een rooster worden opgesteld. Een eenmaal tot stand gebracht of gewijzigd rooster moet 28 dagen voordat het rooster ingaat door de werkgever aan de werknemers worden medegedeeld.
    3. Per dienst wordt maximaal 9 uur, aaneensluitend gewerkt (exclusief de pauze van minimaal een half uur na 5 ½ uur werken). Bij het niet tot overeenstemming komen van de indeling van de te werken uren, het rooster, heeft de werkgever de doorslaggevende stem. Hierbij zal zoveel mogelijk met de wensen van de werknemer rekening worden gehouden.
    4. De werkgever bepaalt in overleg met de werknemer voor welke periode het rooster (met een minimum van één maand) wordt opgemaakt.
    5. Bijzondere omstandigheden met een aantoonbaar incidenteel karakter kunnen ertoe leiden dat wordt afgeweken van het patroon dat volgens lid 3 en 4 is vastgesteld. Indien het dienstbelang onder dergelijke omstandigheden dit verlangt, kan de werkgever wijzigingen aanbrengen in een reeds vastgesteld rooster van de werknemer. Indien wijzigingen worden aangebracht in een reeds vastgesteld rooster, ontvangt de werknemer schadeloosstelling in geval werknemer reeds (niet te restitueren) uitgaven heeft gedaan.
  • De werknemer die langer dan 5½ uur werkzaamheden verricht, dient de werkzaamheden te onderbreken door een pauze. Indien deze werknemer per dienst niet meer dan 8 uur arbeid verricht, heeft werknemer recht op pauzes van tezamen tenminste een half uur. Indien een werknemer per dienst meer dan 8 uur arbeid verricht, heeft de werknemer recht op pauzes van tezamen tenminste 45 minuten, waarvan één tenminste een half uur aaneengesloten bedraagt.

  • Indien door werknemer vakantie uren worden opgenomen op een dag waarop volgens rooster een bepaald aantal uren zou worden gewerkt, dan wordt dit aantal uren geregistreerd als vakantie.

    1. Het aantal uren waarop jaarlijks arbeid dient te worden verricht, wordt verminderd met 7,2 uur (op basis van een gemiddeld 36-urige werkweek) voor elke feest-en gedenkdag niet vallend op zaterdag of zondag zoals genoemd in artikel 2 sub n.
    2. Voor de werknemer met een van de normale arbeidsduurafwijkende arbeidsduur wordt het naar rato beginsel toegepast met betrekking tot het bepaalde in lid 1.
    3. Voor werknemers die in de loop van het kalenderjaar in dienst treden, geldt de vermindering op grond van de in het resterende kalenderjaar voorkomende feestdagen.
    1. Indien de werknemer zijn arbeid ten gevolge van arbeidsongeschiktheid niet verricht, wordt het aantal geregistreerde arbeidsongeschiktheidsuren gebaseerd op het rooster.
    2. Wanneer geen roosteris overeengekomen, geldt de gemiddelde contractuele arbeidsduur.
    3. Indien de werknemer haar arbeid ten gevolge van zwangerschaps-, bevallings-, ouderschaps-of geboorteverlof niet verricht, dan geldt de gemiddelde contractuele arbeidsduur.
    4. Indien er geen gemiddelde contractuele arbeidsduur is overeengekomen, dan geldt hetgeen in artikel 7:610b Burgerlijk Wetboek is geregeld.
    1. De werkzaamheden overdag worden verrichttussen 08.00 uur tot 18.00 uur. Per 1 januari 2023 gelden de tijden 07:00 tot 20:00 uur.
    2. Een werknemer werkt maximaal 9 uur per dienst. De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer een onafgebroken rusttijd van ten minste 11 uur heeft in elke aangesloten periode van 24 uur. De rusttijd mag eenmaal in elke periode van 7 maal 24 uur worden ingekort tot tenminste 8 uur, indien de aard van de arbeid of de bedrijfsomstandigheden dit met zich meebrengt.
    3. De werkzaamheden op zaterdag in een kalenderjaar wordt zo gelijkelijk mogelijk verdeeld over de daarvoor in aanmerking komende werknemers. Per werknemer wordt in beginsel niet meer dan twee zaterdagen per maand en 20 zaterdagen per kalenderjaar gewerkt, tenzij werknemer meer zaterdagen wenst te werken. In dat geval komen werknemer en werkgever dit schriftelijk overeen.
    4. De werkzaamheden op zondag in een kalenderjaar wordt zo gelijkelijk mogelijk verdeeld over de daarvoor in aanmerking komende werknemers. De werkgever zorgt ervoor dat de werknemer op ten minste 13 zondagen in elke periode van 52 aaneengesloten weken geen arbeid verricht.
    5. De werkzaamheden op zondag en op de in artikel 2 sub n genoemde feestdagen tussen 00:00 uur en 24:00 uur worden per uur vergoed met een toeslag van 50% op het uurloon.
    6. Voor de werknemer die voor 1 april 2007 reeds is ingeroosterd volgens een dienstrooster waarin de dagdienst op zondag en op de in artikel 2 sub n genoemde feestdagen is opgenomen blijft de toeslag als overgangsregeling na 1 april 2007 75% op het uurloon. Deze overgangsregeling vervalt indien de werknemer niet meer voor deze dagdienst ingeroosterd is geweest in een periode van 12 maanden of langer achter elkaar.
    7. Per periode waarin werknemer werkzaamheden doet, exclusief de uren waarop een bereikbaarheidsdienst wordt gedaan, zullen ten minste 2 werknemers zoals bedoeld in artikel 2 sub b ten eersteen/of derde, die de functie van apothekersassistent uitoefenen c.q. farmaceutisch gediplomeerden (apothekers) in de apotheek aanwezig zijn in verband met controle, veiligheid en dergelijke. Tijdens het eerste halfuur na opening en het laatste halfuur voor sluiting van de apotheek tijdens de werkzaamheden overdag, zullen ten minste 2 werknemers zoals bedoeld in artikel 2 sub b ten eerste en/of derde in de apotheek aanwezig zijn.
    1. De werkzaamheden in de avond worden verricht tussen 18:00 en 24:00 uur. Per 1 januari 2023 gelden hiervoor de tijden tussen 20:00 en 24:00 uur.
    2. De werkzaamheden in de avond op maandag tot en met zaterdag wordenper 1 januari 2023 per uur vergoed met een toeslag van 30% op het uurloon. Tot 1 januari 2023 geldt in de avond een toeslag van 25%.
    3. De werkzaamheden in de avond op zondag of op de in artikel 2 sub n genoemde feestdagen, wordenper uur vergoed met een toeslag van 50% op het uurloon.
    4. Voor de werknemer die voor 1 april 2007 reeds is ingeroosterd volgens een dienstrooster waarin de avonddienst is opgenomen blijft de toeslag als overgangsregeling na 1 april 2007 50% op het uurloon.

    Met inachtneming van de oude regeling geldt op zaterdag als overgangsregeling dat de toeslag na 1 april 2007 75% op het uurloon bedraagt. Deze overgangsregeling vervalt indien de werknemer niet meer voor de avonddienst is ingeroosterd geweest in een periode van 12 maanden of langer achter elka

    1. De werkzaamheden in de nacht worden per 1 januari 2023 verricht tussen 00.00 tot 07.00 uur. Tot 1 januari 2023 gelden hiervoor de tijden 00:00 uur tot 08:00 uur.
    2. De onafgebroken rusttijd voorafgaand en volgend op weken in de uren in de nacht bedraagt minimaal 14 uur.
    3. Na een reeks van 3 of meer nachten waarin werkzaamheden zijn gedaan, zal de werknemer minimaal 48 uur niet worden ingeroosterd voor werkzaamheden.
    4. Indien de werknemer arbeid geheel of gedeeltelijk in de nacht verricht, geldt dat de werkzaamheden zich niet over meer dan 10 uur mogen uitstrekken.
    5. De werknemer mag maximaal 5 achtereenvolgende nachten werkzaamheden worden opgedragen. De onafgebroken rusttijd na een reeks van 3 of meer achtereenvolgende nachten waarin werkzaamheden zijn verricht bedraagt ten minste 48 uur.
    6. In een periode van 13 weken mag de werknemer maximaal 25 maal werkzaamheden in de nacht worden opgedragen.
    7. De werkzaamheden in de nacht worden per uur vergoed met een toeslag van 50% op het uurloon.
    8. Voor de werknemer die voor 1 april 2007 reeds is ingeroosterd volgens een dienstrooster waarin de nachtdienst is opgenomen blijft de toeslag als overgangsregeling na 1 april 2007 75% op het uurloon. Deze overgangsregeling vervalt indien de werknemer niet meer voor nachtdienst is ingeroosterd geweest in een periode van 12 maanden of langer achter elkaar.
    1. Onder meerwerk wordt verstaan: arbeid die incidenteel of tijdelijk wordt verricht waarbij er sprake is van een overschrijding van de gemiddelde contractuele arbeidsduur op jaarbasis, maar die binnen de normale arbeidsduur uit artikel 15 lid 1 op jaarbasis blijft.
    2. De vergoeding voor meerwerk bestaat uit het uurloon te vermeerderen met vakantiegeld. Over deze uren worden ook vakantie uren en pensioen opgebouwd.
    3. De werkzaamheden overdag, al dan niet gecombineerd met werkzaamheden in de avond, met meerwerk duren maximaal 11 uur.
    4. De werkzaamheden in de nacht met meerwerk duren maximaal 10 uur.
    5. Dit artikel treedt in werking per 1 januari 2023.
    1. Onder overwerk wordt verstaan: arbeid die incidenteel wordt verricht boven de, in het rooster, vastgestelde werktijden waarbij de overschrijding van de normale arbeidsduur op jaarbasis wordt gemeten.
    2. Tot 1 januari 2023 wordt onder overwerk verstaan: arbeid die incidenteel wordt verricht boven de, in het rooster, vastgestelde werktijden waarbij de overschrijding van de gemiddelde contractuele arbeidsduur op jaarbasis wordt gemeten.
    3. Indien de arbeid aansluit op de voor de werknemer gebruikelijke werktijd of gewerkte dienst en van kortere duur is dan een kwartier, komt deze werktijd tot maximaal een kwartier niet voor vergoeding in aanmerking. Het overwerk in voornoemde periode van een kwartier kan alleen incidenteel plaatsvinden.
    4. De werkzaamheden overdag, al dan niet gecombineerd met werkzaamheden in de avond, met overwerk duren maximaal 11 uur.
    5. De werkzaamheden in de nacht met overwerk duren maximaal 10 uur.
    1. De vergoeding voor overwerk wordt verstrekt in de vorm van vrije tijd, gelijk aan het aantal uren dat het overwerk heeft geduurd met in achtneming van artikel 15 lid 2 van de cao.
    2. Het overwerk wordt in beginsel in hetzelfde kalenderjaar gecompenseerd, indien dit niet mogelijk is dan uiterlijk voor 1 juli van het jaar volgend op het kalenderjaar waarin het overwerk is ontstaan.
    3. De voornoemde vrije tijd wordt in overleg tussen werkgever en werknemer opgenomen. Bij het niet tot overeenstemming komen van de opname van de vrije tijdheeft de werkgever de doorslaggevende stem. Hierbij zal zoveel mogelijk met de wensen van de werknemer rekening gehouden worden.
    4. Indien het overwerk in de hiervoor genoemde periodes niet in vrije tijdgecompenseerd kan worden, wordt het overwerk vergoed in geld. Het overwerk wordt dan per uur vergoed met een toeslag van 25% op het uurloon.
    5. Op verzoek van werknemer kunnen de gespaarde uren met een maximum van 72 uren worden meegenomen als te compenseren overuren in de periode na 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarin de uren zijn ontstaan. Deze uren worden met een factor 1.25 geboekt,zodat er maximaal 90 uren compensatie meegenomen kunnen worden. Al het meerdere boven de 72 uren die per 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarin de uren zijn ontslaan en die nog niet gecompenseerd zijn, moeten worden uitbetaald overeenkomstig lid 4.
    6. In afwijking van het vorenstaande kunnen werkgever en werknemer overeenkomende overwerkuren ook eerder dan 1 juli volgend op het kalenderjaar waar in de overwerkuren zijn ontstaan in geld uit te keren als overwerk.  Deze uitbetaling kan plaatsvinden tegen het einde van het kalenderjaar waarin het overwerk is ontstaan danwel op enig moment in het eerste half jaar volgend op het kalenderjaar. Deze eerdere uitkering in geld kan alleen in onderling overleg tussen en met instemming van werkgever en werknemer plaatsvinden.
    1. De vergoedingen zoals genoemd in de artikelen22 tot en met 24 worden in lid 2 compact weergegeven. Dit overzicht laat onverlet dat er aanspraak kan bestaan op overgangsregelingen zoals genoemd in de artikelen 22 tot en met 24.
    2. Vergoedingen voor het werken op werkdagen, zon-en feestdagen in de apotheek per 1 januari 2023:
        07.00 uur -
      20.00 uur
      20.00 uur -
      24.00 uur
      00.00 uur -
      07.00 uur

      Maandag

      100% 130% 150%
      Dinsdag 100% 130% 150%
      Woensdag 100% 130% 150%
      Donderdag 100% 130% 150%
      Vrijdag 100% 130% 150%
      Zaterdag 100% 130% 150%
      Zondag 150% 150% 150%
      Feestdagen 150% 150% 150%
    3. Vergoedingen voor het werken opwerkdagen, zon-en feestdagen in de apotheek tot 1 januari 2023:
        08.00 uur -
      18.00 uur
      18.00 uur -
      24.00 uur

      00.00 uur -
      08.00 uur

      Maandag 100% 125% 150%
      Dinsdag 100% 125% 150%
      Woensdag 100% 125% 150%
      Donderdag 100% 125% 150%
      Vrijdag 100% 125% 150%
      Zaterdag 100% 125% 150%
      Zondag 150% 150% 150%
      Feestdagen 150% 150% 150%
    4. Bij het berekenen van de vergoeding op een tijdstip geldt de hoogste vergoeding. Toeslagen zijn niet cumulatief.
    5. Indien een werknemer werkzaamheden verricht die overlopen in een tijdvak waarop een ander vergoedingspercentage van toepassing is, geldt het percentage overeenkomstig de uren waarop de werkzaamheden worden verricht. Er kunnen per dienst dus meerdere toeslagen van toepassing zijn.
    6. De vergoeding voor het werkenop een moment waarop een toeslag van toepassing is, kan in plaats van een toeslag op het uurloon bestaan uit vergoeding in vrije tijd. De werkgever en werknemer komen vooraf tot overeenstemming over de uitkering van de vergoeding in vrije tijd en/of geld. Bij het ontbreken van overeenstemming heeft de werknemer de keuze over de uitkering van de vergoeding in vrije tijd en/of geld, rekening houdend met de indeling van de roosters. De werknemer maakt vooraf per kalenderjaar de keuze aan de werkgever kenbaar.
    1. Onder bereikbaarheidsdienst wordt verstaan een tijdruimte tussen twee elkaar opvolgende diensten of tijdens de pauze, waarin de werknemer gedurende een bepaalde periode in zijn/haar vrije tijd verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk arbeid te verrichten.
    2. Een bereikbaarheidsdienst kan slechts worden opgedragen indien de aard van de arbeid het noodzakelijk maakt dat de werknemer een bereikbaarheidsdienst wordt opgedragen en dit door het op een andere wijze organiseren van de arbeid redelijkerwijs niet is te voorkomen. De bereikbaarheidsdienst is uitsluitend bedoeld voor tijden waarop geen of nagenoeg geen zorgvragen verwacht worden.
    3. Als er een bereikbaarheidsdienst wordt verricht, besteedt werknemer maximaal 13 uur aan de afhandeling van zorgvragen per periode van 24 uren. Voornoemd maximum geldt, inclusief de op de bereikbaarheidsdienst aansluitende dienst. Hierbij wordt de maximale duur van de dienst in acht genomen. De werknemer verricht in elke periode van 26 weken ten hoogste gemiddeld 45 uren arbeid per week. Alle uren binnen een bereikbaarheidsdienst –zowel het werk uit oproep en de uren van verplicht aanwezig zijn –tellen als arbeidstijd voor bepaling van het maximum toegestane aantal te werken uren.
    4. In elke periode van 4 weken mag de werknemer in twee weken bereikbaarheidsdienst worden opgedragen.
    5. De werknemer mag in elke aaneengesloten periode van een week 3 maal een bereikbaarheidsdienst worden opgedragen.
    6. De werknemer mag in elk kwartaal 26 maal een bereikbaarheidsdienst worden opgedragen.
    7. De onafgebroken rusttijd voorafgaand en volgend op een bereikbaarheidsdienst bedraagt minimaal 11 uur, welke rusttijd eenmaal per week mag worden ingekort tot 8 uur indien, nadat een dergelijke inkorting van de rusttijd heeft plaatsgevonden, de daarop volgende onafgebroken rustperiode ten minste 11 uur bedraagt en wordt verlengd met ten minste het aantal uren dat de voorafgaande onafgebroken rustperiode minder bedraagt dan 11 uren (bereikbaarheidsdiensten van maximaal 24 uren kunnen niet aan elkaar worden gekoppeld). Daarnaast kent een week met bereikbaarheidsdiensten ten minste één onafgebroken rusttijd van 24uren.
    8. De vergoeding voor de bereikbaarheidsdienst bedraagt per uur 25% van het uurloon én daarbij per zorgvraag 1 uur vrij.
    9. Indien tijdens een bereikbaarheidsdienst tussen 00.00 uur en 07.00 uur (tot 1 januari 2023: tussen 00:00 en 08:00 uur) er 3 of meer zorgvragen plaatsvinden dan wordt deze dienst voor zover het rusttijden, pauzes en vergoedingen betreft, beschouwd als werken in de nacht.
  • Het werkoverleg zal worden uitbetaald volgens het tijdstip waarop het plaatsvindt. De onregelmatigheidstoeslag uit de artikelen 28 en 40 van deze cao zijn hierop van toepassing. Het werkoverleg zal zo veel mogelijk tijdens of aansluitend de openingstijden van de apotheek plaatsvinden.

  • De registratiekosten voor de Kwaliteitsregistratie en Accreditatie Beroepsbeoefenaren in de Zorg (KABIZ) worden via de Stichting Bedrijfsfonds Apotheken (SBA) vergoed. De werkgever dient hiervoor een declaratie in.

  • Op Kerstavond en Oudjaarsavond zullen de werkzaamheden overdag eindigen om16.00 uur en zal op dit tijdstip vanaf 16.00 uur, voor zover van toepassing, worden beschouwd als feestdag. Indien werkgever de werknemer na 16:00 uur wil inzetten is vanaf dat moment de feestdagentoeslag van 50% van toepassing.

  • Aan een werknemer van 55 jaar en ouder kan slechts met diens instemming werkzaamheden in de nacht of een bereikbaarheidsdienst gedurende de uren van 00.00 tot 07.00 (tot 1 januari 2023: tussen 00:00 en 08:00 uur) worden opgedragen.

  • De arbeid van een zwangere werknemer wordt zodanig ingericht, dat rekening wordt gehouden met haar specifiekeomstandigheden. De zwangere werknemer kan niet verplicht worden arbeid te verrichten tussen 00.00 uur en 07.00 uur (tot 1 januari 2023: tussen 00:00 en 08:00 uur). De zwangere werknemer heeft het recht arbeid te verrichten in een bestendig en regelmatig arbeids-en rusttijdenpatroon.